Evolutionaire scheppingskracht

 

Een deel van de schepping wordt gevormd door de regels die de schepper heeft neergelegd. Deze regels bestaan uit de natuurwetten, de wiskunde en de logica die gezamenlijk de samenhang en de dynamiek van het heelal beheersen. Voor een deel bestaat er een directe samenhang tussen de logica, de wiskunde en de natuurwetten. De logica van de natuur verschilt van de logica waarin wij mensen redeneren en de structuur van die logica komt overeen met een wiskundig model dat de zetel vormt van een groot deel van de fundamentele natuurwetten. Behalve door de regels wordt de evolutie van het heelal door randvoorwaarden bepaald. †De randvoorwaarden hebben geen invloed op de regels. Anderzijds passen de randvoorwaarden op elk moment bij de regels. De randvoorwaarden evolueren mee met het heelal. Zij vinden hun meest invloedrijke vorm bij de oorsprong van het heelal.

 

De schepper heeft de door hem geschapen natuurwetten tot zijn beschikking en kan bij het begin van de schepping de randvoorwaarden vastleggen. Samen bepalen deze ingrediŽnten de voortgang van de evolutie van het heelal. Het is echter de vraag of er bij het ontstaan van het universum voldoende kapstokken zijn om alle benodigde randvoorwaarden aan te hangen zodat voor de rest van het voortbestaan van het universum alles vastgelegd is. Bovendien zijn er aanwijzingen dat er sprake is van een big bounce in plaats van een big bang. Het heelal is volgens deze nieuwe inzichten niet in een grote klap uit een zeer compacte bal energie door steeds verdere uitdijing ontstaan, maar is het resultaat van een pulserend proces van uitdijen en inkrimpen. In zijn kleinste maat, de Planckschaal, heeft in het heelal de ruimte en de tijd geen betekenis meer. De wetenschap zoekt nog steeds uit wat hiervan de gevolgen zijn.

 

Als de schepper in de vroegste stadia van de nieuwe cycli van het heelal onvoldoende gelegenheid heeft om voor zijn doelstellingen de randvoorwaarden voor de rest van de cyclus vast te leggen dan blijft hem alleen de mogelijkheid over om de evolutie van het heelal voldoende richting te geven. Hij kan de gevestigde wetmatigheden zo inrichten, dat de aanvankelijke chaos tot voldoende ordening leidt om zijn doelstellingen toch te bereiken. Wat de precieze doelstellingen van de schepper zijn blijft voor de schepselen een vraag. Een aanwijzing is af te leiden van wat tot nu toe tot stand is gekomen. Een van de meest indrukwekkende resultaten van de schepper is, dat hij ondanks de aanvankelijke chaos toch zeer intelligente schepsels heeft geschapen. Het is aannemelijk dat dit tot zijn doelstellingen behoort.

 

Nu is het wel zo dat de intelligente schepselen op de aardbol hard bezig zijn om hun eigen leefwereld te vernietigen. Dat is dan zeker tegen de wens van de schepper. Maar de schepper heeft de tijd. Hij kan zijn doelstellingen ook op andere tijden en andere plaatsen in het heelal realiseren. Hij heeft immers de voorwaarden voor het ontstaan van intelligent leven in de aanvang neergelegd. De aarde is zeker niet de enige plek waar dit experiment tot een resultaat leidt.

 

Het bovenstaande geeft aan dat de discussie tussen creationisten en aanhangers van de evolutietheorie geen zinnige basis heeft. De schepper gebruikt het mechanisme van de evolutie immers als scheppingshulpmiddel.

 

Als een mens de indruk heeft dat hij in de schepping een unieke plaats inneemt dan is het goed om alles in de juiste proporties te zien. Daarbij helpt het om na te denken over wat zijn universele ID kan zijn:

 

geboortedatum = cyclus, episode in ontstaan van zonnestelsel, millennium, eeuw, jaar, dag, uur, seconde.

 

plek: huisnummer, straat, plaats, provincie, land, continent, planeet, zonnestelsel, sterrenstelsel.

 

Bedenk daarbij dat de huidige cyclus van het heelal ongeveer veertien miljard jaar bestaat en nog tamelijk jong is. Aan het begin van de cyclus had het heelal een afmeting die weinig groter was dan de Planckschaal. Deze schaal is ongeveer 10-35 meter. Op dit moment worden de afmetingen van het heelal in miljarden lichtjaren gemeten. Op deze schaal betekent een mens veel minder dan een zandkorreltje in de Sahara.

 

Toch heeft het scheppingsexperiment met de mens een uitzonderlijk resultaat bereikt. Een van de natuurwetten zegt dat in een willekeurig gekozen omgeving de chaos met elke actie toeneemt. Het ontstaan van een intelligent wezen gaat hier lijnrecht tegen in. Het eist een ongelofelijke mate van ordening om een intelligent wezen te vormen. Er zijn dus combinaties van wetmatigheden en randvoorwaarden die lijnrecht tegen deze wet van toenemende entropie ingaan. De evolutietheorie geeft aan hoe dat in zijn werk gaat.

 

Het gebruik van de evolutie als scheppingshulpmiddel maakt van de schepper een onbarmhartige bestuurder. In zijn doelstellingen streeft hij naar orde en gerechtigheid, maar hij gebruikt daarbij een ongenadig hard maakproces. Toch laat hij de intelligente wezens beseffen hoe zij dit maakproces mede kunnen sturen en draaglijker maken.