De scheppingsmanager

 

De schepper heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Doordat hij de natuurwetten geschapen heeft moet hij ook zelf aan deze wetten voldoen. De natuurwetten bepalen echter maar voor een deel wat er in de schepping gebeurt. De randvoorwaarden bepalen samen met de wetmatigheden hoe het universum zich ontwikkelt. Door zowel de wetmatigheden als de randvoorwaarden bij het ontstaan van het universum vast te leggen kan de schepper de hele voortgang beheersen. Er zijn echter enkele problemen die deze oplossing minder simpel maken. Tijdens de big bang waren er erg weinig dingen waar de randvoorwaarden aan opgehangen konden worden. Bovendien zijn sommige geleerden tot de conclusie gekomen dat er eerder sprake is van een big bounce dan van een big bang.

 

De mechanismen die de schepper gebruikt om zijn doel te bereiken hebben weinig menselijks en zij tonen niet de goedertierenheid van een godvader. De processen die de evolutie sturen zijn van een bijna onvoorstelbare hardheid. Toch lijkt het erop dat de schepper er naar streeft om uiteindelijk intelligente schepsels te vormen. De antropisch ingestelde geleerden zijn overtuigd van deze stelling. Wij mensen zijn het duidelijkste bewijs van deze mogelijke intentie. De schepper moet wel een zeer vooruitziende blik gehad hebben om dit resultaat in zijn schepping in te programmeren. De natuurwetten en de krachten die de evolutie sturen zijn sterk genoeg gebleken om uiteindelijk intelligente wezens te creŽren. Als de schepper de intentie heeft om intelligente schepsels te creŽren, dan zal hij ook de intentie hebben om met deze intelligente schepsels te communiceren en blijk te geven van zijn aanwezigheid. De schepper zal aan de natuurwetten moeten blijven voldoen wanneer hij met deze intelligente schepsels wil communiceren. Het enige wat hem overblijft, is spelen met waarschijnlijkheden. Hij kan dit doen omdat hij de randvoorwaarden bepaalt. Door op het gepaste moment onwaarschijnlijke dingen te laten gebeuren worden de intelligente schepsels attent op zijn aanwezigheid. Door meer kansen te bieden aan de door hem gewenste ontwikkelingen kan hij het gedrag van de schepsels sturen. Hij kan het zo regelen dat het mensdom van nature zijn eigen profeten en leiders produceert. De intelligente schepsels zullen dit begrijpen en de aanwijzingen volgen. Dat hij de gang van de gebeurtenissen zelf in belangrijke mate vastgelegd heeft hoeft daarbij geen essentiŽle rol te spelen. De intelligente schepsels hebben geen overzicht en weten niet beter dan dat zij zelf een vrije wil hebben om de aanwijzingen te volgen. De mens wikt en de schepper beschikt. Alles wijst er echter op dat de schepper niet alles in detail vastgelegd heeft. Hij heeft het universum en de mensen niet in een keer geschapen, maar voldoende voorwaarden neergelegd waardoor dit gerealiseerd kan worden.

 

Steeds meer blijkt dat het mensdom een weg inslaat die de vernietiging van de eigen leefomgeving tot gevolg heeft. Dat is strijdig met de intentie van de schepper. Nu zijn er twee mogelijkheden. De eerste is dat het mensdom een flinke terugslag krijgt en vervolgens de kans krijgt om in een betere richting te sturen. Een andere mogelijkheid is dat het mensdom uitsterft en dat miljoenen jaren later of op een andere plaats en tijd in het universum een andere intelligente levensvorm de kans krijgt om het streven van de schepper te verwerkelijken. Het mensdom verdwijnt dan in de vergetelheid of vormt misschien een les voor zijn volgelingen. De schepper heeft tijd en ruimte genoeg om zijn intentie waar te laten worden.